11 april

Groot volksfilosoof Johan Cruijff zadelde ons op met de kapotgekauwde wijsheid dat elk nadeel z’n voordeel heb. Ook in deze van duisternis doordrenkte weken zijn er lichtpuntjes: zo kwelt de sociale onthouding die we in acht dienen te nemen, mij niet. Sterker nog: dat we anderhalve meter afstand moeten houden, is voor mij een godsgeschenk. Huidhonger, waar sommigen naar verluid aan onderdoor gaan, is mij vreemd.

In de loop der jaren ben ik namelijk autistisch onhandig gebleken in het sociale contact naar anderen. Zelf gooi ik dat altijd maar op mijn karakter: ik ben een denker, vaak in mezelf gekeerd, een kluizenaar in mijn gedachten zelfs, tjonge, en daardoor niet met beide benen op de rauwe grond. Of zoiets.
In werkelijkheid ben ik natuurlijk gewoon een klunzige knul die zijn tekortkomingen met mooie taal tevergeefs probeert recht te lullen.

Een schrijnende herinnering komt naar boven. Grofweg een jaar geleden, toen Lisa en ik ons kleine appartementje inruilden voor een eerste echt grotemensenhuis, kwam een goede vriend helpen klussen. Na een lange dag behang afstomen bedankte ik hem woordelijk voor al zijn inzet.
‘Geen probleem,’ zei hij en stak zijn hand niet horizontaal, maar verticaal naar me uit.
Het dilemma overviel en verlamde me. Wat moest ik in godsnaam doen? Was het de bedoeling dat ik hem high-fivede? Moest ik mijn hand, met de vingers naar boven, in zijn hand klemmen? Tegen zijn hand tikken? Ik wist het werkelijk niet. Hem zo laten staan was ik ieder geval geen optie. Om de een of andere wonderbaarlijk stupide reden besloot ik van mijn hand een vuist te maken en die lichtjes tegen zijn hand te drukken.
‘Zo,’ zei ik, ‘dat hebben we dan ook weer gehad,’ en snelwandelde naar het toilet, waar ik, samen met de inhoud van mijn blaas, graag naar het riool had willen verdwijnen.
‘Tot ziens, Toon!’ riep hij wat later bij de voordeur, en ik kon het niet opbrengen iets terug te zeggen.

Terug