13 april

Een bericht uit het verleden:

Stel: je zit thuis in quarantaine vanwege een, laten we zeggen, gruwelijk virus dat de wereld heeft platgelegd. Buiten doet de zon haar allerbetoverendse verleidingsdans, maar met het welzijn van je naasten in het achterhoofd ga je daar niet op in.
Ik verzin maar even iets hoor, ik filosofeer er wild op los. Het gaat er even niet om hoe geloofwaardig de situatie is, ik schets een hypothetische achtergrond om een punt te maken.
Goed. Je gaat dus niet naar buiten, je huis en je tuin of balkon zijn je wereld geworden. Wat kun je in zo’n dystopie in godsnaam doen om de tijd te laten vliegen?

In dat volstrekt ongeloofwaardige universum dat ik hierboven schetste, zou ik me zeker weten wenden tot de oud-papierverzameling in mijn boekenkast. Boeken die ik in het verleden op de ‘leuk-om-nu-te-kopen-en-misschien-ook-ooit-wel-te-lezen-stapel’ heb gegooid, zou ik eindelijk grondig kunnen lezen. Boek na boek na boek na boek. Aan de charmante lokroep van alle streamingsdiensten zou ik makkelijk weerstand kunnen bieden, want in stressvolle tijden is niets zo helend als met alle aandachtigheid die je in jezelf kunt bespeuren te lezen, woorden van pagina’s te slurpen, de sensatie te ondergaan die je kan overvallen als je letters leest die in exact de juiste volgorde staan. Lezen gaat de overbelasting van het zenuwstelsel tegen, lezen leert ons focussen en bevordert de slaap. Alsof dat verdomme allemaal nog niet genoeg is, zorgt het ervoor dat we empathischer worden, dat we elkaars beweegredenen beter leren begrijpen. Is dat nu niet juist wat we dan nodig zouden hebben? Dat dacht ik toch.

Ik zou op de hoogte willen blijven van het nieuws, dat zeker, en ik zou mijn schrijfproductie wat opkrikken, maar voornamelijk zou ik lezen als de wereld morgen ineens een handstand zou doen. Gelukkig ziet het daar vooralsnog niet naar uit, de wereld draait vooralsnog vrolijk voort.

Einde bericht uit het verleden. Ik ga weer lezen.

Terug