13 juni


Lief dagboek,

Een kwart jaar geleden sloeg de schrik me om het hart. De scholen sloten en de periode die als het thuiswerktijdperk de geschiedenisboeken in zal gaan, brak aan. Hoe moest ik die tijd doorkomen, zonder studenten en collega’s, zonder geouwehoer in de koffiepauze en in het klaslokaal? Aan wie moest ik de belevenissen uit het burgerlijk avonturenboek van mijn leven nu kwijt? Wie verdreef nu, in godsnaam, mijn eeuwigdurende weltschmerz?

Al op de eerste dag, lief dagboek, besloot ik dat jij dat maar moest worden. Ik zette je in de steigers en begon vlijtig te schrijven. Aan onderwerpen ontbrak het, in de vliegensvlug veranderende wereld waarin we leefden (weet je nog!), allesbehalve. De afgelopen weken begonnen de tandwieltjes van de actualiteit echter iets langzamer te draaien. Het journaal opende weer eens virusvrij, de mensheid begon zich op te winden over andere maatschappij-ontwrichtende zaken dan corona. En alhoewel ik als mbo-docent nog altijd les geef via de immer ondoorgrondelijke en doorgaans schandalig onderhouden wegen van de digitale snelweg, lijkt het meeste leed geleden.

Vandaar, lief dagboek, dat ik besloten heb dat het beter is als onze wegen scheiden. Ik heb je maar liefst 63 keer van anekdotes en overdenkingen mogen voorzien, en dat was me 63 keer een waar genoegen. Lief dagboek, ondanks alles waren de afgelopen drie maanden die we samen beleefden, aangenaam. Ik ga echter weer verder, als je het goed vindt. Met opgeheven hoofd begin ik mijn tocht op weg naar het ‘nieuwe normaal’ – wat dat ook moge betekenen.

Dag, lief, lief dagboek. Wie weet tot ooit.

Toon

Terug