18 maart

Vandaag wordt mijn oma 82 jaar, maar zelf weet ze dat niet. Door de dichte mist in haar hoofd is ze zich van minder dan weinig bewust. Ook de coronacrisis gaat naar alle waarschijnlijkheid grotendeels aan haar voorbij, al blijft ze gissen waarom er in godsnaam niemand meer op bezoek komt in het Sittardse verzorgingstehuis waar ze haar dagen slijt en waarom ze binnen moet blijven terwijl de zon na een donkere periode eindelijk weer schijnt. Omdat het verjaardagsfeestje dat we voor haar hadden georganiseerd (dat, hoewel we het van tevoren meermaals bij haar hadden aangekondigd, toch een surpriseparty zou worden) vanwege besmettingsgevaar niet door kon gaan, spraken we af dat iedereen haar even zou bellen om de welgemeende felicitaties door te geven. Mochten we de sentimenten die door onze lijven gierden moeten omschrijven als smaaksensaties, dan kozen we voor zuur en bitter. Maar goed, mijn oma zou dan in ieder geval weten dat er aan haar werd gedacht.
Totdat. Totdat we bedachten dat het zo niet nóg zuurder en nóg bitterder zou zijn haar zélf te herinneren aan haar geboortedag en vervolgens niet te komen opdagen.

En dus is er vandaag naast de stilte op straat en in de scholen ook een telefonische stilte. Wij bellen haar niet en schuiven haar geboortedag een maand, desnoods twee, vooruit. De welgemeende felicitaties zullen er straks niet minder om zijn.

Terug