1 april

Het was geen verrassing: papa en mama hebben ons huisarrest tot ten minste 28 april verlengd. We hebben het er ook wel een beetje zelf naar gemaakt, want niet snel genoeg wilden we inzien dat als we snel naar buiten willen, we het best binnen blijven. Gelukkig is dat tij inmiddels gekeerd en bleven afgelopen weekend de straten, parken en pleinen apocalyptisch leeg.

Ook de scholen blijven voorlopig dicht. Gisteren had ik telefonisch contact met de twaalf mbo’ers die ik mag begeleiden tijdens hun hobbelige eerste jaar in het beroepsonderwijs. Een toonbeeld van allesverterende motivatie als het hun opleiding aankomt zou ik de meesten niet noemen, maar vrijwel iedereen verraste me tijdens de belletjes.
‘Stel,’ zei ik namelijk toen nog hypothetisch, ‘de scholen blijven ook na 6 april dicht. Wat zou je daar van vinden? Stom, vervelend? Of juist fijn?’
‘Dat zou ik echt vreselijk vinden,’ zei een van de jongens met een fragielere stem dan ik ooit vernam. Met die boodschap vormde hij de hopeloze echo van zijn klasgenoten, die ik eerder belde.
‘Meneer, ik wil echt gewoon weer naar school. De eerste week was wel chill, maar nu begin ik het echt wel te missen.’
‘Wat mis je dan?’ vroeg ik, alhoewel ik het antwoord al wist.
‘Gewoon.’
‘Gewoon?’
‘Ja, school. Structuur.’
‘Structuur?’
‘En m’n vrienden.’
Ik slikte mijn woorden even in. Aan de andere kant van de lijn bleef het eveneens stil.
‘Kerel, het is inderdaad allemaal niet… chill. Maar het gaat weer voorbij.’
‘Ik hoop het,’ zei hij zacht, en terstond vergaf ik hem alle keren dat hij dit schooljaar te laat kwam en zijn huiswerk niet inleverde.

Terug