1 juni


De coronacrisis heeft van mij een wandelende agenda gemaakt, die op zowel gepaste als ongepaste tijden opdreunt wat er wanneer voor wie waar waarom op welke termijn moet gebeuren. Door al dat thuiswerk ben ik een draaiboekmonster geworden, bij wie werk en privé zich als een dubbele helix met elkaar hebben verstrengeld. Maar: voor het innerlijk gemoed werkt dat neurotisch-organisatorische niet bevorderend. Ofwel ik haal mijn planning, zet alle vinkjes die gezet moeten worden, en dan ben ik niet in het bijzonder opgewekt omdat dat nu eenmaal was wat moest gebeuren, ofwel ik haal mijn planning niet en dan ben ik teleurgesteld.

‘Moet je niet ook eens ontspannen,’ vroeg Lisa retorisch toen ik voor de zoveelste dag achter elkaar zeven uur achter elkaar naar mijn werklaptop had gestaard. Eerst vervaagden weekenden en ze werden werkdagen, daarna werd elke dag een moeizame maandag.
Ook nu tikte ik vlijtig voort, mailtjes waarmee ik mijn eigen berg werk in stand hield. Ik keek rechts van mij, waar mijn ambachtelijk handgeschreven planning prominent prijkte aan de muur, en zag dat nog niet alle taken met een vinkje waren bezegeld. ‘Ontspannen’, ik had het woord reeds tijden uit het woordenboek van mijn leven geschrapt.
‘Ik denk het wel,’ zei ze zonder mijn antwoord af te wachten, en klapte mijn laptop dicht. Ik mompelde verbaasd en verontwaardigd, maar kreeg geen ruimte om een volzin uit te brengen, want ze was me voor: ‘Het zonnetje in jou is niet bepaald feller gaan schijnen de afgelopen weken. Het wordt weer eens tijd voor iets leuks.’
Ze liet haar oog vallen op de grootste vriend en vijand van deze tijd, de klok. ‘Als we nu gaan, redden we het nét,’ zei ze, en dartelde de trap af, mij in stomme verbazing achterlatend.
‘Kom je nou?’ hoorde ik haar ongeduldig van beneden roepen. ‘Ik heb mijn schoenen al aan!’

WORDT VERVOLGD…

Terug