22 april


Liefde is als benzine. Het is prachtig spul, zonder kúnnen en wíllen we niet, maar hou er een vlammetje bij en je moet, zo vlug mogelijk, maken dat je, zo ver mogelijk, wegkomt. De afgelopen dagen begint het er aardig op te lijken dat het figuurlijke vuur wordt belichaamd door de coronacrisis.

Lisa’s werk speelde zich de afgelopen weken voornamelijk nog buiten de deur af, waardoor ik alleenheerser was in mijn thuiswerkrijk. Zonder gêne kon ik de muziek op standje trommelvliesbeschadiging zetten, omdat beneden de internetverbinding beter is, vergaderde ik lekker luidruchtig op de bank en ik liet overdag alle afwas door het huis slingeren om die, vlak voor Lisa’s thuiskomst, gauw op te ruimen. Deze week is haar meivakantie echter al begonnen, waar die van mij volgende week pas aanvangt. Dientengevolge moet ik mij tijdens het werken gedragen, iets wat me niet alle dagen even goed afgaat.

Wij hebben last van het syndroom dat ons doorgaans alleen in zomervakanties kwelt: in redelijk gestructureerde omstandigheden functioneren wij als stel voorbeeldig, maar neem ons onze regelmaat af en wij bijten, godverdomme, zonder een enkel moment van aarzeling, elkaars strot door, kijken voldaan naar het bloedbad dat wij hebben aangericht en dansen ten slotte op de lugubere grond van onze eigen overwinning. Zeker - wat later maken wij het weer goed. Maar weer wat later vliegen wij elkaar gewoon weer in de haren en begint de slachting van voor af aan.

Nog drie dagen worstelen, en dan breken ook mijn twee weken van absolute luilakkerij aan. Tot die tijd hijs ik mij in mijn harnas en hoop ik op de beste afloop – en dat is die waarin mijn gelijk zegeviert. Natuurlijk.

Terug