22 maart

Om ervoor te zorgen dat Lisa en ik elkaar niet binnen kortste keren het coronavirus toewensen en de ander van lieverlee maar gewoon in het gezicht beginnen te hoesten, hanteren wij tijdens de thuisquarantaine een strak regime. We moeten er immers voor waken dat één en één als vertrouwd elf blijft, nooit een twee wordt. Nu de eerste week er zo goed als op zit, kijken we daar tevreden op terug. Vooralsnog heeft geen enkele onenigheid ons van elkaar gedreven.

Ik maakte voor mezelf een dagschema waarin school-, schrijf- en leesactiviteiten samenkomen, en Lisa bracht deze week een bezoekje aan de bouwmarkt en kocht materialen om alles wat we ‘misschien ooit nog wel eens’ aan het huis zouden doen, daadwerkelijk tot uitvoering te brengen. Zo gaat ze volgende week de vaste trap naar de zolder schuren en van een fris kleurtje voorzien, terwijl op mijn studeerkamer zal werken aan wat eens mijn spetterende entree in de wereld van de letteren moet worden. De tuin is deze week al opgefleurd met een super-de-luxe klim- en klautertoestel voor onze twee katten. Lisa heeft een dikke, weelderige tak tegen de schutting geboord en opgefleurd met houten kistjes en kattengras. Het ziet er onthutsend goed uit, en de snoezige lachrimpeltjes die rond Lisa’s ogen verschenen toen het toestel meteen in gebruik werd genomen, zijn opgeslagen in mijn geheugen onder het kopje ‘memoreren tot de dood’. Die katten lijden overigens het allerminst onder de crisis. Zelden kregen zij zoveel aandacht en dikmakers toegeworpen als deze week.
Als ik uit het raam kijk, zie ik ze hun nagels scherpen aan de grote tak die het fundament van de poezenattractie vormt. Het gezellige gekletter van glazen en borden die uit de vaatwasser worden getoverd, vult het huis. De oven piept driemaal, de broodjes voor het zondagontbijt zijn klaar.

Het is dat ik beter weet. Anders zou ik denken dat het een zondag was als alle andere.

Terug