25 maart

Bij de supermarkt spaar ik nog altijd punten bij elke euro die ik uitgeef, maar dat is dan ook alles wat tijdens het boodschappen doen hetzelfde is gebleven. Redelijk naïef nietsvermoedend wandelde ik gisteren naar de supermarkt voor een lunch, wat moeten we in deze tijden immers anders dan eten, maar daar aangekomen bleek ik deel geworden van een militaire operatie. Zonder dat ik er erg in had stond ik plots in de rij voor een ontsmette winkelkar. Meer dan een smoothieachige vitamineboost en een vettige krentenbol om al dat gezonde weer te compenseren hoefde ik niet te hebben, maar omwille van de anderhalve-meterregel moest ik toch aan de winkelkar, zo werd me in bevelen medegedeeld. Zoals dat gaat in oorlogen zag ik om me heen hoe gezinnen grof gescheiden werden: slechts één gezinslid mocht de winkel betreden. Geen gemekker, gaf de supermarktmedewerker te kennen: die kinderen moeten terug in de auto. Zet maar een leuke K3-cd op.

Twee weken geleden nog lachten we ons rot om Rutte, die mededeelde dat handen schudden eventjes taboe werd en vervolgens grandioos het verkeerde voorbeeld gaf. En nu, slechts 336 uur, 20.000 seconden later, vliegen per uur gemiddeld drie kapotgehoeste zielen richting de hemel en is de aarde verworden tot een majestueus carnaval van angst, waarin ik tijdens het bekijken van een film van oprechte schrik achteruit deins omdat werkelijk niemand afstand houdt. Zelden maakte dezelfde wereld in zo’n korte tijd een dergelijke transitie door.

De gedachte overviel me, terwijl ik de juist ontsmette winkelkar als coronabuffer voor me uit duwde, als nooit tevoren. De wereld is een eenzame, oude, breekbare vrouw die van de trap is gevallen. Ze heeft haar vrijwel al haar broze botten gebroken. Haar krakerige piepstem schreeuwt om hulp, maar er is niemand die haar hoort.
Het is de vraag hoe lang het duurt voordat iemand op de koffie komt en onraad ruikt omdat er niet wordt opengedaan.

Terug