25 mei


Vorig jaar won ik, tot mijn eigen stompzinnige verbazing, de voorronde van schrijfwedstrijd Write Now in Venlo. De prijsuitreiking vond plaats in café Grenswerk, en nadat mijn naam door de enthousiaste presentatrice werd omgeroepen, betrad ik met knikkerdeknik-knikkerende knieën het podium waar de winnaars van de tweede en derde prijs reeds met een bos bloemen en stapels boekenbonnen mooi zaten te wezen. Alhoewel spreken voor groepen gezien mijn beroep geenszins meer tot een uitdaging behoort, kon ik, toen ik met de microfoon in mijn handen stond, weinig anders uitbrengen dan amechtige dankkreten richting de jury. ‘Ik kan niet…’ hijgde ik, schichtig om me heen kijkend, ‘ik had gewoon niet verwacht dat ik …. met dat verhaal nog wel … nou ja zeg … ik had gewoon kunnen …. Potverdorie, wat een verrassing.’
De presentatrice keek me met grote ogen aan. ‘Prachtig gesproken,’ zei ze, en toen: ‘Lees anders even een stukje voor,’ en ze schoof me mijn eigen tekst onder de neus.

Dit jaar werd ik, eveneens tot mijn eigen stompzinnige verbazing, tweede bij de editie van dit jaar. Café Grenswerk bleef uiteraard gesloten en de prijsuitreiking verplaatste zich naar het digitale congrescentrum dat Instagram heet. In een korte video van dertien minuten werd daar voornamelijk spanning opgebouwd, en uiteindelijk dan het juryrapport voorgelezen. Toen ik in de beschrijving van het verhaal dat er met de tweede prijs vandoor zou gaan, elementen uit mijn eigen inzending herkende, steeg het bloed naar mijn hoofd, en toen mijn naam werd gescandeerd, sprong ik op van de bank. Haast uit gewoonte (want wie eens van de roem heeft mogen snoepen, komt er nooit meer vanaf), zocht ik paniekerig naar een katheder, maar toen ik Lisa op de bank zag zitten, met een enthousiaste doch verbaasde blik in haar ogen, bedaarde ik weer en ging zitten.
‘Krijg nou wat,’ mompelde ik, ‘Ik kan niet … ik had gewoon niet verwacht dat ik … met dat verhaal nog wel … nou ja zeg … ik had gewoon kunnen …. potverdorie, wat een verrassing!’
‘Sukkel,’ zei Lisa, en vloog me om de hals. Tijdens die omhelzing fluisterde ze in mijn oor: ‘prachtig gesproken, weer. Wil je anders nog een stukje voorlezen?’

Terug