27 april


Woordgrappen bungelen wat mij betreft eenzaam onderaan de ranglijst der edele humor, maar desalniettemin zijn ze in onze maatschappij oververtegenwoordigd. Zo ook op een dag als deze, die in plaats van Koningsdag tot Woningsdag is gekroond. Vandaag geen gezichtsverminking met nationalistische schmink, geen kinderen op krassende violen en geen collectief geklooi met oranje tompoucen.

In de afgelopen dagen hebben Lisa en ik de nodige voorbereidingen getroffen zodat we het Koningshuis dit jaar in alle rust thuis kunnen ophemelen. Tijdens een intensieve brainstorm besloten we dat we daartoe enkele oud-Hollandsche spellen gaan spelen. Zo bouwden we de woonkamer om tot een jeu-de-boulesbaan. Omdat wij niet beschikken over de juiste ballen, kochten we een voordeelnet uien (twee kilo speelplezier voor slechts 1,79!). Wij zullen gaan spijkerpoepen met slierten ongekookte spaghetti en koekhappen naar oud brood (want kandijkoek vergaten we in te slaan, en nu is de winkel dicht). In de loop van de dag bepalen we dan of we ’s avonds nog beginnen aan een ongedwongen potje toiletpotwerpen. Hoe we dat laatste spel vorm gaan geven weten we nog niet, maar daarbij vertrouwen we op de fles oranjebitter die in de voorraadkast op ons wacht. Die heeft ons wel vaker van – dan wel geniale, dan wel haast fatale – ingevingen voorzien.

De wetenschap dat corona uit het Latijns vertaald ‘kroon’ betekent, maakt vandaag wat mij betreft nog een beetje bijzonderder. Als middelvinger naar het virus zetten we de corona vandaag dus gewoon op ons opgeheven hoofd, zodat deze dag als onverziekt de geschiedenisboeken in zal gaan.

Terug