27 mei


Na de persconferentie van vorige week werd duidelijk dat het voorlopig de laatste keer was dat Mark Rutte en Hugo de Jonge ons zouden toespreken. Het kabinet zou af willen van de permanente crisissfeer van de afgelopen maanden, alles moet langzaamaan weer gewoner worden. Een nobel streven, maar het land kwam in verontwaardigde opstand: hoe moeten wij dan op de hoogte blijven van de ontwikkelingen in avonturenpark Nederland? Bovendien ging er een golf van collectief liefdesverdriet door de almaar voller wordende straten: het stoppen van de persconferentie hield namelijk ook de verdwijning van de charmante gebarentolk in, de vrouw die in deze bange tijden menig man gerust gebaard zal hebben.

Ook bij mij staken aanvankelijk bovenstaande sentimenten de kop op, maar na een korte bezinning moest ik toegeven dat ik het zo erg niet vond. Hoe langer de ellende voortduurt, hoe meer namelijk een bepaalde coronamoeheid door mijn aderen stroomt. Onder andere vanwege het schrijven van dit dagboek duik ik verder in de materie dan humaan wenselijk, en ondanks dat ik eerder anders probeerde, houd ik elke dag de nieuwe cijfers in de gaten alsof ze niemand dan mijzelf betreffen. Ik meen echter toe te moeten geven dat die haast neurotische interesse in de actualiteit niet langer oprecht is, maar eerder een ingesleten gewoonte waarmee het lastig ophouden is - zoals ik ook elke keer bij het naar boven lopen de treden moeten tellen. Dat zijn er overigens telkens dertien.

Ik ben er al met al niet rouwig om dat de alarmlichten die ons land de afgelopen maanden dieprood hebben gekleurd, nu langzaam worden gedoofd. Iets anders dan ons aan de regels houden en hopen dat die lichten voorlopig niet weer aan gestoken hoeven te worden, kunnen we niet doen.

Terug