28 maart

Als ik voor elk kwartier dat ik de afgelopen weken op mijn bureaustoel heb gezeten een euro kreeg, dan konden Lisa en ik ondertussen een onbezorgde vakantie boeken naar een onbezorgd land met een onbezorgde zon en daar, op het onbezorgde strand aan de onbezorgde zee, lekker onbezorgd een onbezorgd boekje lezen.
Maar ja. De reisbureaus zijn gesloten.

Dus blijf ik maar gewoon zitten op die bureaustoel. Op maandag tot en met vrijdag tracht ik overdag de onophoudelijke wervelwind van digitale en telefonische post te bedwingen, ’s avonds en in het weekend speel ik spelletjes met Lisa of schrijf ik mijn vingers blauw aan deze stukjes en aan iets wat, wellicht eventueel, als het even lukt en als het me gegeven is, potentieel in het meest optimistische geval, misschien wel ooit, mogelijkerwijs een boek wordt. Dat betreft een project waar ik reeds ruim een jaar mee bezig ben en dat afwisselend niet en helemaal niet wil vlotten, maar waaraan ik toch steeds blijf werken. Het is het verhaal van de jonge jongen Walter wiens vader zichzelf langzaam maar zeker laat opslokken door het christelijke geloof. De man gelooft niet werkelijk (‘dat Hij niet bestaat, daar kan Hij ook niets aan doen’), maar zoekt almaar wanhopiger naar houvast in een afbrokkelende wereld. Opdracht aan u, lieve lezer: zoekt naar parallellen met onze huidige situatie, en gij zult spoedig vinden.

Nu de wereld zich voor me sluit, zet de fictie zijn deur voor me op een kier. Ik heb mijn voet er al tussen gewurmd, in de ijdele hoop dat ik hem in de loop van de weken misschien eventueel wellicht helemaal open kan gooien.

Terug