30 maart

De avond was gevallen, een aarzelende schemering trad in. Lisa en ik struinden door de ons omringende Sittardse woonwijken, zonder te weten of we aan zouden treffen wat we zochten.
Veel sneller dan verwacht werd de belofte die we op internet lazen ingelost. ‘Ja!’ riep Lisa, ‘daar! Ik zie er een!’
Inderdaad. Ik moest even zoeken, maar bij nadere beschouwing zag ik het ook. Een kleine, bruinzwarte teddybeer, verstopt in een vaas voor het raam van een groot hoekhuis. Kinderlijk enthousiasme maakte zich van ons meester: we hadden een beer gevonden. Van vreugde dansten we in de lege, stille straten.

Maar liefst negentien beren zouden we tellen we tijdens op onze jacht van twintig minuten. Het initiatief, dat vanuit Australië en België is over komen waaien naar Nederland, bleek niet alleen voor kinderen, maar dus ook voor mensen op de drempel van de volwassenheid een geslaagd uitje in hysterisch-historische tijden als deze. Het idee van de berenjacht is dat mensen allemaal een teddybeer voor hun raam zetten, zodat het gemoed der neerslachtigen en hun kinderen tijdens een wandeling opgefleurd kan worden. Als ervaringsexpert kan ik inmiddels mededelen dat de jacht een uitstekende remedie is tegen opkomende zwaarmoedigheid.

Lisa en ik wandelen vaker, elke dag als het even kan, maar nooit zagen we onze buurt zó goed als tijdens onze jacht. Stiekem spiekten we bij mensen naar binnen, spotten daarbij zelfs onze buurman in zijn onderbroek voor het slaapkamerram, zagen voor het eerst gevelversieringen op huizen waar we meermaals per week langs slenteren en naast alle beren merkten we zes katten, twee eekhoorns en een egel op.
De coronacrisis leert ons blijkbaar waarachtig kijken, niet alleen naar elkaar maar ook naar onze omgeving.
Is al dat thuiszitten toch nog ergens goed voor.

Terug