3 juni


Het mandje bungelde, als onvoorstelbaar schild tegen dood en verderf, aan mijn arm nadat ik de winkel was binnengestapt. Het liep tegen sluitingstijd, veel klanten waren er niet meer, maar samen met Lisa dwaalde ik rond tussen blokken, bordspellen en beren. Achter de kassa stond een uitgebluste twintiger, zijn handen versleten van al het inpakwerk. Ik stelde me voor dat het werk in een speelgoedwinkel zijn kinderwens met veel geweld voorgoed had vermorzeld.
‘En nu kies je iets leuks uit,’ zei Lisa dwingend. Ze maakte een wijdse armbeweging, alsof ze wilde zeggen dat de wereld voor me open lag. Met een lichte dwangmatigheid dacht ik kort terug aan mijn planning, die nog niet helemaal afgewerkt was – maar de vrolijkheid die me omringde, vervaagde het bestaansrecht van mijn onrust.
‘Goed,’ zei ik, en keek in het rond. Lang hoefde ik niet na te denken over wat te kopen, want al snel viel mijn oog op een grote wand met fleurige dozen. Gedreven door en gezwicht voor een commercieel zaterdagavondprogramma dat de gemoederen in ons huis de afgelopen weken flink bezig had gehouden, wandelde ik op die muur af. Aanvankelijk schrok ik van de exorbitante hoofdprijzen die voor de Deense blokjes werden gevraagd – maar ach, het vakantiegeld was gestort, en het woord ‘vakantie’ riep al even weinig herkenning meer op als ‘ontspanning’. Die vakantie konden we dit jaar kortom wel vergeten – en geld was er ten slotte ter wereld gekomen om te worden uitgegeven.
Ik twijfelde kort over welk bouwpakket ik aan zou schaffen, maar toen zag ik een doos zag waarop Mickey Mouse prijkte. Mickey, die me gedurende mijn jeugd samen met Donald Duck dusdanig heeft bijgestaan dat ik ze gerust mijn tweede en derde vader kan noemen. Ook die knoop was dus snel doorgehakt. Even leed ik pijn toen ik mijn betaalpas op de pinautomaat legde, maar daarna vertrok ik toch, goedgemutster dan voorheen, met Lisa aan mijn zij richting huis. Daar zou me een enerverend avondje bouwen te wachten staan.

WORDT VERVOLGD …

Terug