5 april

Een goede roman heeft, op momenten dat de aandacht van de lezer dreigt te verslappen, een omslagpunt nodig. Een dramatische omkering die de hele kijk op het boek plotsklaps verandert. Het moet de lezer stomverbaasd achterlaten, het liefst dusdanig geschokt dat het boek met een doffe plof op de grond valt en binnen twee seconden weer wordt opgeraapt, want de lezer wil verder, verder, verder!

Steeds meer bespeur ik bij mezelf een dergelijke behoefte, maar dan in de werkelijkheid. We zijn wekenlang overspoeld met angstaanjagende beelden van mensen met een luchtslang in hun keel, van artsen die voor de camera stonden te janken omdat ze niet meer wisten hoe ze hun patiënten konden redden. Van ontelbaar veel pagina’s met rouwadvertenties, van overvolle mortuaria. Van doemscenario’s die werkelijkheid werden.
Na alle misère van de afgelopen weken is het een uitstekend moment voor goed nieuws. Ik mis de glimlach van Rob Trip en Astrid Kersseboom. Ik wil ze opgelucht horen vertellen dat er eindelijk een vaccin is gevonden en dat iedereen morgen een prikje mag gaan halen, dat intensive cares leegstromen leeg. Ik wil dat ze van onverdunde euforie uit hun strakke journalistieke NOS-rol vallen. Alle scholen zwaaien hun deuren aanstaande maandag weer open, we kunnen weer witte wijn drinken op het terras. Of rigoureuzer: de coronacrisis blijkt een mediastunt, zorgvuldig uitgekiend door reclamemannetjes van het gelijknamige biermerk. Niemand is dood, het was allemaal marketing. Een grapje. Allemaal PR. Hahaha! Hadden we jullie mooi tuk, met die beteuterde gezichtjes van jullie. Kom op, doe eens even lekker lachen!
Het maakt me werkelijk niet uit, als er maar goed nieuws komt.

Jammer genoeg ziet het er ernstig naar uit dat de coronacrisis de allerslechtste roman uit de Nederlandse literatuur ooit gaat worden. Naar dat omslagpunt kunnen we voorlopig fluiten.


Terug