6 juni


Ontkennen had geen zin. De moed zonk me onverbiddelijk in de schoenen toen ik de doos opende en me een kleurentsunami van honderden legosteentjes tegemoet rolde. Het alternatief van bouwen – zuchtend naar mijn werkkamer sjokken de werklaptop openklappen – boezemde me zo mogelijk nog meer angst in en daarom besloot ik het er maar op te wagen. We zouden beginnen met bouwen aan de legoreplica van de Steamboat Willie, een boot die voorkwam in het allereerste Mickey-filmpje uit 1928.
‘Goed,’ sprak ik uiterlijk kalm, alsof mijn emoties niet achter mijn ogen drukten, ‘we gaan beginnen.’ Ik keek toe hoe Lisa de zakjes opentrok en enthousiast in het instructieboekje begon te bladeren, terwijl ik verzonk in een flashback naar het opzetten van de boekenkast, zes jaar geleden. Bij de derde stap al had ik geconcludeerd dat er godverdomme helemaal niets klopte van die klotetekening en dat dat ook altijd, al-tijd, hetzelfde was bij dat rotbedrijf met hun Zweedse kutballetjes en hun fucking-fuckerdefuck-fuck instructietekeningen. Ik schopte tegen een van de planken, en bezeerde mijn grote teen.
‘Kijk!’ riep Lisa, en zette Mickey en Minnie uit elk vier onderdelen in elkaar. Ze plaatste ze tegenover elkaar en deed alsof ze, de coronamaatregelen in de wind slaand, elkaar een kusje gaven. Ik kan dat ook, dacht ik, en demonteerde de poppetjes. Daarna zette ik ze weer in elkaar en verhip – ik kon het inderdaad ook. Een lichte maar niet misplaatste overmoed maakte zich van me meester en samen met Lisa begon ik enthousiaster te bouwen. Minuten werden seconden en uren minuten. De avond was ondertussen gevallen, de tuinlampionnen sprongen aan en wierpen hun zwakke schijnsel over de bloemetjes en planten. Na de avond volgde de nacht en nog altijd bouwden wij veelal woordeloos voort, wij vlijtige, vlijtige bijtjes, wij klikten de ene steen op de andere en bladerden het boekje met de grootste precisie door, en toen we na uren, uren speelplezier het laatste steentje in de boot klikten prikten onze oogleden en trilden onze vingers, maar het resultaat mocht er wezen. Daar stond hij dan: een trotse boot, in elkaar gezet met ruim zevenhonderd stenen. De antiek ogende Mickey en Minnie prijkten trots op de boeg, met hun plastic glimlachjes de ellende van het leven verdrijvend.
Lisa gaapte diep, ik volgde.
‘Het is al laat,’ zei ik, ‘we moeten maar eens naar bed.’ Toen ik opstond, kraakten mijn knieën. Ik rekte me uit, en toen ik het licht in de woonkamer uitknipte, mompelde ik, meer tegen mezelf dan tegen Lisa: ‘Morgen weer een lange dag.’

Terug