9 april

De maandag is woensdag geworden, de woensdag zaterdag en zondag is maandag tot en met zaterdag.
Wie driftig aan de slag is gegaan en meent enige logica in voorgaande zin aan te kunnen treffen, komt van een koude kermis thuis, en dat is nu juist wat ik zeggen wil.

Doordat vrijwel alle agenda’s van vrijwel alle Nederlands leeg zijn geveegd, bestaat elke dag uit dezelfde donkergrijze waas van oersaaie bezigheden. De doorligplekken op bank en bed beginnen zorgwekkende vormen aan te nemen. Mijn bureaustoel is versleten, maar naar de winkel gaan en een nieuwe kopen wordt afgeraden. De hoogtepunten van de dag worden gevormd door klinische uitjes naar de supermarkt en wandelingen door uitgestorven woonwijken. Vandaag verlangde ik zelfs naar de halfjaarlijkse controle bij de tandarts. Frappant, want toen ik twee weken geleden het bericht kreeg dat die voor onbepaalde tijd was uitgesteld, sprong ik drie gaten in de ozonlaag. De gore smaak van rubberen handschoen in mijn mond terwijl de tandsteen uit m’n bek wordt geschuurd – ik zou er zo langzamerhand iemand voor omleggen.

Alhoewel de vooruitzichten gunstig zijn, de toename in het aantal ic-opnames langzaam afvlakt, ziet het ernaar uit dat we voorlopig toch nog thuiszitten om een tweede uitbraak te voorkomen. Het is een bitter vooruitzicht, maar we doen het voor het goeie goed. En dat nog wel op dinsdag. Woensdag, bedoel ik.

Terug