Terug

Cavia

Er zijn momenten zat dat ik Lisa niet zie als de droomprinses die ze in werkelijkheid is, maar eerder als een veelkoppige vuurspuwende draak die mij om onbegrijpelijke maar boven alles behoorlijk onterechte redenen het leven zo zuur mogelijk tracht te maken.
‘Als jij een cavia was geweest,’ beet ik haar een keer toe tijdens een bui van nietsontziende razernij die was ontstaan vanwege mijn onbedwingbare neiging tijdens het douchen de badkamerdeur achter me te sluiten, waardoor Lisa vaker dan eens haar blaas niet kon legen op de door haar geprefereerde momenten, ‘als jij een cavia was geweest, dan had ik je opgepakt en tegen de muur daar kapot gesmeten zodat je darmen tegen het witgesausde omlaag zouden druipen.’
Haar aanvankelijk woedende gezichtsuitdrukking maakte plaats voor een variant van acute verbazing, alsof ze zojuist een rozegekleurde olifant jonglerend met brandende fakkels op een eenwieler ons appartement had zien betreden.
‘Maar goed,’ vervolgde ik, terwijl ik merkte dat ook mijn eigen lachspieren niet geheel onaangedaan bleken ten gevolge de verbale uitspatting die ik zojuist op had gevoerd, ‘je bent geen cavia, dus ik zal het niet doen.’ Met een voor de buren van de buren hoorbare klap sloeg ik de badkamerdeur, de bron van onze onenigheid, achter me dicht en terwijl ik even later op de toiletpot mijn zonden overdacht, kwam ik tot de conclusie dat ik Lisa toch nooit op zou pakken om vervolgens haar ingewanden tegen de muur omlaag te zien glibberen. Nee zeg, kom op. Volwassen mensen.
Ik opende de deur en vond mijn vriendin in de woonkamer, waar ze met een koptelefoon op haar blonde hoofd muziek beluisterde. Ik gebaarde dat ze het ding af moest zetten.
‘Dag,’ zei ik toen ze dat deed, ‘dag cavia.’
‘Dag wreedheid,’ antwoordde ze, keek me strak aan bond me genadeloos in door haar onweerstaanbare lippen te tuiten.



Terug