Terug

Fiets

‘De ware schrijver observeert zichzelf door de dag heen. Die observaties worden genoteerd en later naar hartenlust aangesterkt of afgezwakt,’ zei ik op een verjaardagsfeest dat gezien de twee meiden die ‘vanwege de hitte’ hun toch al doorschijnende topjes hadden uitgetrokken, aardig uit de hand begon te lopen. Uit alle macht probeerde ik er niet naar te kijken en me te concentreren op mijn monoloog. Als een ware onderwijzer vertelde ik verder over het schrijverschap aan een jong stel dat aangaf eens een van mijn columns gelezen te hebben.
‘Schrijven, dat is eigenlijk niets meer dan om de hete brij heen draaien met beeldspraak als gereedschap.’ Het was een zin die ik een paar weken eerder tijdens een slapeloze nacht construeerde en die sindsdien als notitie in mijn telefoon wachtte om uitgesproken te worden. Terwijl de gastvrouw een bakje nalekkend frituurfruit voor ons neerzette en de twee dames aan de andere kant van de kamer inmiddels onder luid gejoel aan elkaars voorgevelhouders begonnen te plukken, vervolgde ik mijn relaas.
‘Dat zeg ik,’ zei ik, omdat je nooit echt moet schrijven wat je bedoelt. Laat de lezers ook maar eens wat werk verzetten. Schrijven is samenwerken.’ Mocht ik ooit een stuk willen schrijven waarin ik enkele van mijn meest belangrijke opvattingen over het schrijverschap samen zou willen brengen, moet ik dit, hier, nu onthouden, bedacht ik. En zeker moet ik dan niet mijn alom bekende en door het vele gebruik reeds sleetse oneliner ‘fictie is per definitie geloofwaardiger dan de werkelijkheid’ gebruiken. Niet vergeten.
‘Wij gaan even een luchtje scheppen,’ zei de jongen, wijzend in de richting van de voordeur die vanwege de drukkende warmte al de hele avond open stond. ‘Het was interessant om even met je gesproken te hebben.’
‘Nee zeker,’ zei ik, ‘zeker, zeker. De buitenlucht doet een mens goed.’ De jongen en het meisje knikten en verdwenen uit mijn zicht. Ik nam een bitterbal, bemerkte dat die nog te heet was voor consumptie en spuugde de helft weer uit in mijn hand. Terwijl ik met mijn ogen zocht naar een doekje of servet om de smurrie ongezien mee te verwerken, zag ik aan de andere kant van de ruimte een rozegekleurde bh door de lucht vliegen. Het is niet eens gelogen, dacht ik. Fictie is per definitie geloofwaardiger dan de werkelijkheid.



Terug