Terug

Lekker

Wie met rooddoorlopen ogen een prachtig boek dichtslaat of wie met vochtige wangen de bioscoopzaal verlaat, wordt doorgaans niet vreemd aangekeken. Hetzelfde geldt voor wie geraakt wordt door een fraai gecomponeerd muziekstuk. Nee, zeggen wij dan als maatschappij, wij begrijpen dat de waarachtige Schoonheid jou even heeft aangeraakt en dat je daardoor geƫmotioneerd bent. Laat het maar gaan. Voel je vrij. Volkomen normaal.

Afgelopen week ondervond ik aan den lijve dat zulks niet geldt voor wie in de snotterstand schiet na het eten van het perfect bereide gerecht. Het is heus: ik dineerde in een restaurant en kreeg een gerecht voorgeschoteld van krokant gebakken vis, schaal- en schelpdieren. Daar mijn smaakpapillen doorgaans al haast juichend aan zichzelf ten onder gaan bij het eerste het beste frietje mayo, wisten zij zich bij de eerste hap van de waarlijk verrukkelijke schotel al helemaal geen raad en stuurden twintigmiljard elektroden mijn bovenkamer in, die allen envelopjes bij zich droegen waarop de boodschap HUILEN, HUILEN met grote blokletters was neergepend. En inderdaad, binnen de kortste keren zoutte ik het gerecht nog een klein beetje bij. Zonder in de recenseerstand te schieten: het was dusdanig lekker dat mijn gulp spontaan opensprong en het geilsap tussen de benen van de vrouwelijke aanwezigen vanzelf begon te stromen door de plots opkomende en niet te stoppen absolute levens- en voortplantingsdrang, want dit gerecht zou toch eigenlijk iedereen, wat zei ik, dit MOET echt iedereen proeven! Jezus Christus, dacht ik, er bestaat daarboven dus toch een god die het beste met ons allen voorheeft. Wat is Hij toch voorbeeldig en aanbiddenswaardig, en de chef-kok ook.

Tussen al die gedachten door vocht ik dus dapper tegen de tranen, een wedstrijd die ik aan het verliezen was. Om me heen keken gasten verstoord op van hun bordjes met heerlijkheid toen ik de eerste snik ten gehore bracht, en zelfs toen ik me trachtte te herpakken registreerden mijn waterige ogen geƫrgerde blikken. Na een tijdje gaf ik de strijd op, om na elke hap die ik van mijn krokante vis, schaal- en schelpdieren nam, ongegeneerd wat tranen te laten. Het is dan wel geen boek, film of muziek, dacht ik, maar wat is dit lekker en ik snikte nog even vrolijk door.

Ober. Lekker. Drankje? Volgende gang?
Afscheid nemen van een leeg bord deed nog nooit zo veel pijn.



Terug