Terug

Speelgoed

Vorige week keek ik ‘s avonds, meer uit verveling dan uit een bepaalde inwendige kinderlijke noodzaak, Toy Story. Ik was juist voor de derde keer die dag met druppende haren onder de douche vandaan gestapt, dat douchen geschiedde ook louter uit verveling – plofte op de bank en zapte langs honderdzevenentwintig kanalen die stuk voor stuk hun meest oninteressante bagger voor dat uur van de dag hadden opgespaard. Mijn vinger zweefde al boven het vuurrode knopje links bovenaan de afstandsbediening, het knopje dat me reeds vaak uit de beeldbuismodder heeft getrokken, toen ik de magische begintune hoorde van de animatiefilm die ik voor het eerst zag op de leren bank bij mijn opa en oma. Ook toen kwam ik net uit de badkamer. Mijn oma overhandigde me een pakje, een rechthoekig cadeautje ingepakt in papier waarop kleine kleurige dino’s stonden afgebeeld. Mijn opa keek van een afstand rustig toe. ‘Maak open!’ riep mijn oma enthousiast, alsof ze zelf niet wist wat er tevoorschijn zou gaan komen. Ik liet me dat geen twee keer zeggen en mijn handen scheurden het papier gretig van de inhoud af. Ik hield een van de prachtigste presenten die ik ooit ontving vast: een spiksplinternieuwe videoband van Toy Story.

Terwijl ik in de armen van mijn oma de film bekeek over een speelgoedcowboy die zichzelf aardig in de nesten werkt en een verwaand actiefiguur dat alles recht moet breien, hoopte ik vurig dat ook mijn speelgoed tot leven zou komen bij mijn afwezigheid, dat mijn groene knuffeldraak in het geniep een aardige vriendschapsrelatie had opgebouwd met de ontarmde Action Man die ik van een buurjongen kreeg, die op zijn beurt weer een affaire zou hebben opgebouwd met een van de poppen van mijn zusje.
Mijn oma streek door mijn haar. ‘Je moet je haar wel goed drogen als je het hebt gewassen,’ zei ze. ‘Nu is het helemaal nat.’ Van bovenaf blies ze zachtjes op mijn hoofd terwijl ze giechelend fluisterde dat dat wel zou helpen. Goed, herinner ik me gedacht te hebben. Heel goed. Tot overmaat van geluk leek, na een hoop ellende, alles inmiddels gelukkig toch nog op z’n plastic pootjes terecht te komen.

Daaraan dacht ik, toen ik vorige week de film nogmaals zag. Bij gebrek aan mijn oma voelde ik zelf aan mijn haren: ook nu waren ze nat. In de jaren die waren verstreken, had ik me tegen het advies van de vrouw die inmiddels hopeloos aan het verdwalen is in het doolhof van een uitgegumd verleden in, nooit aangeleerd goed m’n kop te drogen na het wassen van mijn haar. Er zijn echter dingen veel vreselijker, concludeerde ik toen het levendige bestaan van het speelgoed op het punt stond ontdekt te worden, zoals het feit dat je als cowboyfiguur je vrienden kunt verliezen of dat je onthoofd kunt worden door een sadistische buurjongen. Gelukkig, wist ik uit kijkervaring, komt altijd alles op z’n plastic pootjes terecht. Met mijn natte haren viel ik toen de aftiteling verscheen, in een rustige en gelukzalige slaap op de bank. Pas veel later ontwaakte ik door de hand van mijn vriendin die door mijn inmiddels droge haren streek.



Terug