Terug

Stil

Tsja, opa…

De scheurkalender in de keuken wordt alsmaar dunner, maar in mijn hoofd zie ik nog elke dag het papiertje waarop een grote 7 stond. In iets kleinere letters daaronder stond ‘november’ en op de achterkant een schattig gedichtje van Toon Hermans over de bloemen en de zon, die de wereld elke dag een beetje mooier maken. Elke dag inderdaad, maar nu juist nét niet op 7 november. Het zal een dag worden waarop ik elk jaar even mijn mond zal houden en zal denken aan hoe het was.

Stil zal ik zijn, de komende tijd en dat leerde ik van jou. Soms, meestal, eigenlijk vrijwel altijd is het beter te observeren, in een hoekje te zitten en te aanschouwen hoe de wereld zichzelf in de fik zet – of juist niet. Hoe dan ook: terwijl de rest van de wereld Onze Lieve Heer van het kruis bidt solocabaretieerde jij je een weg door de komedie van het leven en in navolging van jou probeer ik hetzelfde te doen.

Oma, oma ligt nu in bed met een teddybeer die jouw warmte moet simuleren. ‘De nachten zijn zo eng,’ zei ze tegen Lisa en mij, waarop Lisa opstond en een teddybeer uit haar omvangrijke collectie aan oma overhandigde. ‘Het is geen opa, maar het is in ieder geval iets wat je kunt knuffelen,’ zei ze. Oma sputterde wat tegen (‘Lieverd, ik ben 80, ik kan toch niet zomaar met een knuffelbeer in bed gaan liggen), maar overwon haar onzekerheid toen ik haar de groene knuffeldraak liet zien die nog altijd in mijn bed ligt. Iedereen heeft het recht op een goede knuffel, concludeerden we samen, en als je geen knuffel hebt, dan krijg je er een.

Jij kreeg er in ieder geval veel, toen we je nog lauwwarme lichaam aanschouwden. Inwendig tierden en schreeuwden we, we smeten glazen platen in met bakstenen en flikkerden bloempotten uit het raam, maar aan je bed waren we stil. We legden onze handen op de jouwe en je hoofd werd bezaaid met zoenen. We knikten elkaar toe, dat het beter was zo, maar ondertussen dachten we wel anders. Dat is, dachten wij, hoe het zijn moest, een afscheid. We wisten het niet, we deden maar iets.

Geen gesleutel meer, geen kippensoep en geen gefluit. Geen kruiswoordraadsel en geen Mozart. Geen zaterdagochtendkranten meer, geen aaien meer over mijn bol. Geen veelzeggend gezwijg in de grote stoel, geen gevatte grappen wanneer we dat niet verwachten. Geen goed glas bier op z’n tijd. Geen godverdomme als het moet, niet meer genieten van de natuurpracht als het kan. Geen gerimpelde hand van oma meer die de jouwe streelt. Geen ‘ik ook van jou’ die meer gemeend was dan wat dan ook. Geen …

Over aftakeling spreken we nu niet, dat is hebben we de afgelopen jaren genoeg gedaan.

Aan alle goeds komt een eind – woorden die jij schouderophalend laconiek gezegd zou kunnen hebben. Gelijk zou je dan in ieder geval hebben gehad. Stil zal ik zijn, net als jij. Uit de grond van mijn hart dank ik je voor alles wat ik in de loop van de jaren van jou heb meegekregen. Het heeft me gevormd tot wie ik ben. Het is klaar, het doet pijn, maar aan alle goeds komt een eind. Ik zal doen wat jou het beste paste en wat ik het beste kan.

Stil. Stil zal ik zijn.

Toon



Terug