Terug

Zondagmiddag

Het is zondagmiddag half vier en ik lig op bed. Op mijn bovenbenen rust mijn laptop, een gammel elektronisch voddenlapje dat omgerekend naar mensenjaren inmiddels incontinent en zwaar dementerend zou zijn. Ondanks dat van verveling geen sprake is, doe ik weinig anders dan kijken naar het verstrijken van de tijd op de wekkerradio naast mijn hoofd, terwijl ik zo nu en dan met lichte, slome slagen het toetsenbord beroer.

Het is zondagmiddag kwart voor vier en de eerste alinea is naar tevredenheid afgerond. Een bepaalde sufheid heeft me overvallen. Zojuist zwaaide de deur van de slaapkamer open. Lisa verscheen in een lichtgekleurde jurk en stak haar handen naar me uit. ‘Gaat het?’ vroeg ze. Vanwege de halve droomtoestand waarin ik verkeerde, meende ik kort dat de Heilige Maagd Maria zelf of een van haar engelen me met een bezoek vereerde. Ik ontwaakte mezelf door mijn ogen stijf dicht te knijpen, op dezelfde manier waarop ik vroeger op eigen commando kon ontwaken uit lucide dromen.

Het is zondagmiddag vier uur en ik ben er bijna. Schrijven is in eerste instantie leuk en in tweede instantie verschrikkelijk. Het valt te vergelijken met het eerst eigenhandig in elkaar zetten en vervolgens moeten oplossen van een sudoku met de cijfers 1 t/m 144. Halverwege of nog verder kom je er telkens weer achter dat je een fout hebt gemaakt, waardoor je van voor af aan kunt beginnen. Doe dat met opgeheven hoofd, want wie niet hard genoeg wil, zal jankend ten onder gaan aan zichzelf.

Het is zondagmiddag half vijf en ik ga zometeen van het bed opstaan. Ik ben door mijn ligvlees heen en mijn maag geeft in de vorm van verstomd geknor aan dat enige vulling welkom zou zijn. Ik lees nog éénmaal door wat ik heb en concludeer dat het goed genoeg is. Ik sla het stuk als ‘zondagmiddag’ op in een mapje op mijn draagbare zorgenkindje en zet koers richting de keuken, waar Lisa zo te ruiken een heerlijke lasagne in elkaar heeft gezet.



Terug