Brief aan Donald Duck

Sittard, 29 augustus 2020

Hooggewaardeerde heer Duck, beste Donald,

Ik blijf het maar proberen. Talloze keren probeerde ik je te bereiken, maar steeds kreeg ik een kaartje met geprinte tekst van je brievenhulp thuisgestuurd. Dat je het druk had met muntjes poetsen bij oom Dagobert, schreef hij bijvoorbeeld. Dat bericht kreeg ik twee keer. Dat je op avontuur was in onontdekte gebieden, of op de vlucht naar Timboektoe, waardoor je niet in kon gaan op mijn brief. Die berichten ontving ik respectievelijk vier en zes keer. Doordat ik steeds dezelfde berichten kreeg, doorzag ik de smoesjes van je briefhulp al snel. De stumper stuurde de brieven waarschijnlijk niet eens aan jou door. Ik werd er kwaad van, dat mag je best weten. Hij wimpelde me gewoon af, godverdomme! Toen ik je wilde laten delen in mijn verontwaardiging daarover en je weer een lange brief schreef, kreeg ik een uitgebreider antwoord van je briefhulp. Handgeschreven deze keer. Dat mijn brieven te lang waren om integraal in het weekblad te plaatsen, schreef hij, en bovendien gaf hij aan dat mijn teksten niet passend waren voor het jonge publiek. Hij sloot af zoals hij begon: met een vriendelijk geformuleerd verzoek om niet meer te schrijven.
Nou Donald, je zult begrijpen dat mijn klomp brak. Waar haalde de gore lafbek de achterlijke arrogantie vandaan om zo tegen me tekeer te gaan? Ik was woedend en begreep er niets van. Hij had het laatste beetje vertrouwen dat ik had in de mensheid laten verdampen, als sneeuw voor de zon, weg, weg, weg!

Uiteraard geef ik niet op en blijf ik maar schrijven. Tegen de klippen op, zoals mijn vriendin Lisa vanochtend zuchtend zei. Tegen beter weten in, misschien. Als we al tegen beter weten in elke ochtend uit ons nest kruipen, dan kunnen we ook tegen beter weten in brieven blijven schrijven. Ooit zal hij moeten zwichten, die lapzwans van een briefhulp, en mijn berichten, die toch alsmaar dringender en relevanter worden, door de brievenbus van Snaterstraat nummer 13 duwen. Heb je ooit overwogen om een andere briefhulp te nemen? Eentje die zijn geld meer waard is? Als ik zie welke berichten de brievenbus in je weekblad wél bereiken, lijkt me dat het overwegen waard. Maar goed, genoeg gemekker nu. Hoe lopen de zaken eigenlijk bij jou in Duckstad? Het gerucht bereikte me dat je het weer eens te bont had gemaakt, maar ik weet er het fijne niet van. Kun je me daar over inlichten? Ik ben erg benieuwd, ook naar het wel en wee van de neefjes. Je weet toch dat ik mezelf altijd heb herkend in die drie? En Katrien, hoe is het met je meisje? Even van man tot man: heb je nog gescoord onlangs?       

Wat een vragen toch weer allemaal! De Franse schrijver Eric-Emmanuel Schmitt zei het in 2004 zo treffend: ‘Alleen onbelangrijke vragen hebben duidelijke antwoorden.’ Weinig is meer waar, zo weet ik na 24 jaar op deze rap rondtollende aardkloot. Aangezien jouw verjaardagstaart afgelopen juni al met 86 kaartjes moest worden versierd, ga ik ervan uit dat ik je niks nieuws vertel als ik beweer dat de echt interessante vragen geen antwoord hebben. Wat is de zin van het leven? Bestaat God? Wat is goed en wat is fout? Hoe word ik gelukkig? Zul jij ooit trouwen met Katrien? Donald, we verzuipen in een zee van vraagtekens en dat is maar goed ook. Wie welke levensvraag dan ook denkt te kunnen beantwoorden, brengt de wereld namelijk in groot gevaar. Hij zou daarmee het veilige fundament van eeuwige twijfel onder onze samenleving vandaan schoppen, ruim tweeduizend jaar filosofie in de bek fluimen. ‘Alles wat ik zeker weet, is dat ik niets zeker weet,’ schijnt Socrates gezegd te hebben, en hij was daarmee de eerste van een niet eens zó lange reeks verstandige lui. Mensen met antwoorden, Donald, dat zijn mensen die je moet mijden als de pest. Grote vragen zijn er om gesteld te worden, niet om te beantwoorden. 

Ach Donald, al dat gedoe … wat kan jou het ook allemaal schelen. Ik bedoel: je woont in een wereld van karikaturen, van uitvergrote belachelijkheden, waarin alles altijd min of meer goed komt. Het lijkt me overzichtelijk. ’s Ochtends word je wakker, en alhoewel je weet dat het geen gezapige dag zal worden, met een bak popcorn voor de televisie, kun je op je scheppers vertrouwen. Ze zullen je niet laten stikken. Jij krijgt geen slokdarmkanker, jouw hersenen worden niet leeggevreten door Alzheimer. Jij gaat niet ten onder aan knagende eenzaamheid. Jij niet.     

Tja. Je hebt vast ook gemerkt dat ik mijn jaloersheid nauwelijks kan verbergen. Ik ben inderdaad stikjaloers op jouw leven, dat bestaat bij de gratie van het enthousiaste kind dat zich wekelijks bukt om je van de deurmat te plukken. Ja Donald, ik ben jaloers, maar niet afgunstig – een belangrijk onderscheid. Ik gun je jouw overzichtelijke bestaan van harte. Sterker nog: ik gun het haast niemand meer dan jou, de 2D-figuur die me met zijn eeuwige, aandoenlijke chagrijn door menig kinderdal heeft getrokken. Vraag, voor een uitgebreide beschrijving van die geschiedenissen, mijn eerder geschreven brieven maar eens op bij je briefhulp (als die arrogante zak ze tenminste bewaard heeft). Al zeg ik het zelf: ze zijn het lezen waard.

Donald, zie maar of en wanneer je tijd vindt om alle onbeduidende, irrelevante vragen in deze brief van een antwoord te voorzien. Hoopvol zal ik wachten, en als het te lang duurt stuur ik gewoon een volgende brief. Ik ben een geduldig mens.

Veel groeten,

Toon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s