Brief aan Lucille Werner

Sittard, 28 februari 2021

Lucille toch!

Wat is er met je gebeurd, sinds je met ballen en al van de televisie verdween?
Veel goeds, zul je ongetwijfeld zelf zeggen – en ik ben bang dat je jezelf daar inmiddels ook echt van overtuigd hebt. Maar dat standpunt kun je toch niet volhouden, nu je je vol enthousiasme in het drassige moeras van de politiek gaat verzuipen om je, en ik citeer: ‘in te zetten voor meer diversiteit en inclusie in onze samenleving.’        
Begrijp niet verkeerd Lucille, daar vind ik helemaal niets van. Als jij het gevoel hebt dat je je in moet zetten voor meer diversiteit en inclusie in onze samenleving, dan moet je je inzetten voor meer diversiteit en inclusie in onze samenleving. En het is ook niet zo dat ik spuug op de heren en dames politici in Den Haag. In tegendeel, dat weet jij ook. Weinigen kunnen meer op mijn lof en respect rekenen dan zij die weten dat wie zijn nek uitsteekt de kop wordt afgebeten, maar uit sterke gevoelens van rechtvaardigheid, van progressiviteit, of andere sentimenten toch maar hun nek uitsteken.
Nee, dat is het allemaal niet wat me dwarszit aan je carrièreswitch.  
Wat het wél is, is dat ik meen te weten dat jij helemaal niet thuishoort in de politiek, Lucille, Lucilletje. Dat is toch niets voor jou. Ik ga toch ook niet plots liftend met een alleen een schimmelige rugzak als bagage naar Nepal om daar ‘mezelf écht te leren kennen’. Jij weet als geen ander: dat past niet bij mij. Dat moet ik gewoon niet doen. Schoenmaker, leest – je kent het wel. Ik blijf gewoon achter mijn bureau zitten tikken en jij moet gezellige televisieprogramma’s blijven maken, jij moet de Nederlandse bevolking alfabetiseren, jij moet ons vijf-, zes-, zeven- en tienletterwoorden voorschotelen totdat we rood, groen en blauw tegelijk zien, Lucille. Dat is jouw taak.

Ik weet het: ik ben hard. Maar je weet zelf ook dat ik je niet wil kwetsen. Ik bedoel: ik heb je jarenlang aanbeden als de enige die mijn leven enigszins kleur en zin gaf (en dat is niet eens heel erg overdreven). Anders dan mijn leeftijdsgenoten, die ‘s avonds met halfharde geslachten in hun puberknuistjes naar ongure websites surften, bingewatchte ik op mijn vijftiende afleveringen Lingo tot mijn ogen dichtvielen en jij en JP me met jullie letterpolonaises de zachtzoete heerlijkheid van de slaap in wiegden. In de korte maar geruststellende periode dat ik mezelf ervan had overtuigd autistisch te zijn, analyseerde ik zelfs een maand lang elke aflevering van Lingo. Nauwgezet hield ik bij hoeveel procent van de kandidaten man (51,6%) en vrouw (48,4%) was, welke kleur kleding jij aan had (opvallend vaak iets bruinachtigs), het gemiddelde prijzenbedrag dat de deelnemers mee naar huis namen (€1285,37), het aantal groene ballen dat per aflevering werd getrokken (2,47), en welk team in de finale kwam (80% van de keren Team 1 – ik vermoedde doorgestoken kaart).
Dat bedoel ik Lucille, dat bedoel ik. Ik ben niet zomaar een criticusje. Ik wil je geen pijn doen, ik wil je tegen jezelf beschermen. Ik wil je een afgang besparen. Want zo is het Lucille, zo zal het gaan, het zal een afgang worden. Vrijwel iedereen die afscheid neemt van de politiek doet dat omdat hij of zij wordt uitgespuugd, door het volk, door de partij of door allebei, en de ex-politicus blijft bovendien vaak achter met een lelijke smet op het curriculum vitae. Wat dat betreft is de politiek net het leven: uiteindelijk zijn er alleen maar verliezers. Daar wil ik je voor behoeden, Lucille.

Misschien kan ik nog dit zeggen: ergens, in de verre verte, begrijp ik je ambitie ook wel. Ook ik heb er ooit eens van gedroomd, dat mag je best weten. Hoe heerlijk moet het zijn om, met vastberaden tred, blik op oneindig, naar de interruptiemicrofoon in de Kamer te lopen. Daar aangekomen stel je het ding rustig in op de juiste hoogte, en dan staar je naar de onzichtbare horizon, waar je idealen liggen of zoiets. ‘Mevrouw de voorzitter,’ zeg je dan, met een stem waarin veel meer dan alleen verontwaardiging doorklinkt, en dan nog een keer: ‘Mevrouw de voorzitter.’ Je neemt een kleine pauze zodat iedereen zich mentaal voor kan bereiden, en dan zeg je: ‘Hier zakt mij wer-ke-lijk de broek van af.’ Verder niets. Je kijkt nog even goed en zet dan de microfoon weer uit. Daarna ga je terug op je plek zitten – of je verlaat stampvoetend  de zaal, als het heel erg erg is allemaal.
Ja, dat moment lijkt me ook glorieus, maar meer zou je niet moeten willen, Lucille. Ik hoop dat ik je daar met de argumenten in deze brief van heb kunnen overtuigen. De Tweede Kamer is drijfzand, en wie wegzakt in drijfzand, stikt. Ik wil niet dat jij stikt.

Goed, tot zover. Kom binnenkort, als de wereld weer een beetje tot bedaren is gebracht, weer eens langs voor een kopje koffie. Ik heb je eigenlijk best wel gemist.

Veel groeten,

Toon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s