Brief aan René van der Gijp

Sittard, 13 september 2020

Ha René,

Het is mijn stelligste overtuiging dat de mens zijn blik moet verruimen. Je moet, desnoods met militair geschut, met uit vlees stekende botten, met doodsgekerm, stuiptrekkingen en wenende nabestaanden als gevolg, zorgen dat je je bij tijd en wijle buiten je comfortzone beweegt. Zoals Johan gezegd had kunnen hebben: als je alleen maar in je eigen stront blijft roeren, kom je nooit boven de pot uit. En daarom, daarom René, sodeflikkerde ik laatst voor één keer alle moeilijke, pretentieuze literaire werken waar ik me normaliter doorheen worstel aan de kant en las ik Gijp, het boek waarin je Michel van Egmond je levensverhaal laat optekenen. René, het werd een leeservaring om nooit te vergeten.

Ik vertel jou natuurlijk niets nieuws als ik zeg dat wij meer op elkaar lijken dan de meeste mensen denken. Vanzelfsprekend heb ik het dan niet over onze sportieve prestaties, want zoals je weet durf ik er zelfs niet van te dromen om zonder astma-attaque de trap naar zolder te betreden, laat staan dat ik ooit vijftien keer negentig minuten uit zou kunnen komen voor Oranje. Ik herinner me een coopertest op de middelbare school die ik luid huilend volbracht terwijl langs de kant klasgenootjes stikten in hun ingehouden lach. Een donderdagnamiddag was het, en de gymdocent deed niets dan blazen op zijn plastic fluitje. Het was me een raadsel wat de man in godsnaam wilde zeggen met al dat gefluit. Waarom sprak hij niet? Alles wat hij deed was fluiten, de botte rotzak, terwijl de tranen langs mijn wangen stroomden en ik zocht naar veiligheid als een gevallen soldaat op een slagveld. Intens verlangde ik toen naar een hoge, stevige boom waarin ik kon zweven tot in de eeuwigheid, terwijl de wind me zachtjes zou wiegen.

Maar goed, dat is iets voor een andere keer. René, wat ik zeggen wil: wij lijken wél op elkaar in onze uiterlijke vrolijkheid, onze, al zeg ik het zelf, stralende glimlach, onze lollig bedoelde grapjes en grolletjes, terwijl ondertussen een schreeuwende alleenzaamheid ons van binnen verteert. Ja, zeg jij, en ja, schreeuwen ook de anderen, dat zijn grote, pathetische woorden die wel voor meer mensen gelden, zo niet voor iedereen. En dat is ook zo René, het klopt, rustig maar, je hebt gelijk. Meer mensen verhullen hun tristesse met schijnvrolijkheid, maar lang niet iedereen kan en durft daarmee naar buiten te treden. Daarvoor is lef nodig, en dat hebben wij. Jij en ik kunnen spreken over de onvermijdelijke tragiek van de clown, die presteert in de piste, die de circusbezoekers met buikkrampen van de lach naar huis stuurt, en eenmaal achter de coulissen implodeert van ellende. Het is de ironie van de lach, dat wie de lachers op zijn hand kan krijgen dat louter doet omdat het tegenovergestelde niet lukt.

Het leven is een kermis uit de hel, René, en uiteindelijk verliest iedereen er al zijn geld zonder er een paarse knuffelbeer of plastic pruthorloge voor in de plaats te krijgen. Niemand wint van het leven. Jij niet, ik niet. Het is de opdracht van ons bestaan om dan maar zo mooi mogelijk te verliezen. Om bij een failliet het monopolybord niet blazend van woede door de kamer te smijten, maar om de schouders op te halen en de tegenstander welgemeend te feliciteren. Om daarna zelfs te zeggen: ‘ga jij maar lekker in bad liggen met een wijntje, ik ruim alles wel op en daarna kom ik bij je liggen’. René, dat is allemaal lastiger dan het lijkt. Ik weet niet hoe het bij jou zit, maar ondanks dat ik in het gewone leven een zeer goed verliezer ben, kan ik haast niet leven met het idee ooit te sterven. De gedachte dat ik uiteindelijk het onderspit zal delven, maakt mij ziek. Harry Mulisch, die oude man over wie ik je al eens vertelde, zei ooit: ‘Dat ik sterfelijk ben, moet eerst maar eens bewezen worden’, en dat is een uitspraak waar ik lange tijd heilig in geloofde. Ik klampte me vast aan het idee dat mensen alleen maar doodgaan omdat ze geloven dat ze dat ooit zullen doen. Sterven als een selffulfilling prophecy, dat moest het zijn. Jaren geloofde ik dat ik daarmee de sleutel tot het eeuwige leven had, en toen ging Harry Mulisch dood. Op de dag van zijn uitvaart regende het en tegelijk scheen de zon. Een grote regenboog verscheen in het NOS Journaal. Ik keek ernaar en dacht: ook ik ga dood.

Maar goed René, alle dwaasheid op een stokje. Nu even serieus. Wat een kutboek, dat Gijp. Dat vind je zelf toch zeker ook? Toen ik aan het begin van deze brief aangaf dat ik een leeservaring had die ik nooit zou vergeten, bedoelde ik niet dat ik was overdonderd door de kwaliteit van het boek, de prikkelende taal, de gedurfde structuren en perspectieven, de linguïstische vondsten van taalkunstenaar van Egmond. Dat dus allemaal niet. Ik zal je eerlijk zeggen dat ik een illegale e-versie heb gelezen, die ik uit de schimmige stegen van het literaire circuit ontving. Je boek heeft me dus geen cent gekost. Gelukkig maar, want anders was ik met een rood aangelopen kop teruggekeerd naar de winkel om, als het moest met geweld, mijn geld terug te eisen. Heb je het eigenlijk zelf gelezen, dat boekie van jou? Ik vind het echt iets voor jou om dat niet te doen. Je houdt toch ook helemaal niet van letters? Ha! Geef jou maar bier.

We hebben het nog helemaal niet gehad over alle mediatrammelant van de afgelopen maanden. Daar wil ik het wel nog met je over hebben, maar niet via het papier. Nee, ik wil je in je ogen kunnen kijken als je me vertelt wat er nu écht allemaal aan de hand is, met jou en Johan en Wilfred. Wip anders een dezer dagen even binnen, gezellig. Schikt aanstaande zaterdag bijvoorbeeld, rond, laten we zeggen, 14:00? Laat maar even iets weten. Voor nu in elk geval het allerbeste en hopelijk tot snel.

Veel groeten,

Toon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s