HET BRUIKBARE ONGELUK

De nacht voordat mijn trein naar Rotterdam vertrok, reinigde koud angstzweet al mijn poriën. Rillend als een parkinsonpatiënt probeerde ik mezelf richting de slaap te dirigeren door zachtjes over mijn bovenarmen te aaien en lieve woordjes te fluisteren, maar telkens bleef ik bij bewustzijn. Hoe eng kan het zijn, vroeg ik me af. Het is maar één nachtje, en dan ook nog samen met gelijkgestemden. Maar toch, toch hield het aanstormende finaleweekend van Write Now! 2019 me vakkundig bij mijn droomwereld vandaan.

Toen ik de dag nadien station Eindhoven passeerde, schoot me te binnen met welke gedachte ik mezelf de nacht ervoor toch nog in slaap had kunnen sussen. Tijdens een wonderlijk helder moment te midden van een mentale gemoedstoestand die  gelijkenissen met een psychose begon te vertonen, bedacht ik dat ik de twijfel, de onzekerheid en de angst die ik voelde niet buiten de deur moest houden. Nee, ik moest die gevoelens juist op een kop koffie trakteren. Alleen voor schrijvers heeft het zin om te twijfelen, onzeker te zijn en angst te ervaren. Alleen voor schrijvers is het ongeluk nuttig, zo schoot me te binnen. Alleen zij zijn namelijk in staat om dat wat kwelt, om te vormen tot woorden als pleisters.

De trein stopte in Rotterdam en hoewel ik niet veel tijd meer had, besloot ik op een bankje in de stationshal plaats te nemen. Mijn ogen volgden vijf minuten lang de secondewijzer van een van de klokken, en toen stond ik op. Met almaar zwaarder wordende schoenen wandelde ik, zo langzaam dat ik kruipend nog sneller was geweest, naar het hostel waar we zouden verblijven. Omdat onze slaapplaats zich slechts op een paar honderd meter van het station bevond, arriveerde ik toch nog redelijk vlug. Buiten zaten reeds een paar medefinalisten. Wat een gemengd gezelschap, zo herhaalde ik neurotisch in mijn hoofd terwijl ik iedereen mijn klamme hand aanbood.

Vrijwel meteen kreeg ik een groene beugelfles onder mijn neus geschoven. ‘Ik trakteer,’ zei een jongen die me eerder nog niet was opgevallen. Ik keek op, bedankte hem en zag hoe hij hetzelfde deed bij alle andere leden van de zich snel uitbreidende finalistengroep. Schrijvers zijn arme mensen, dus hoe hij aan het geld kwam, was me een raadsel. Ik besloot het hem te vragen.             
‘Als je schrijver bent met je hart, komt het met de portemonnee ook wel goed,’ antwoordde hij, en hief het flesje de lucht in. ‘Op een mooie tijd,’ zei hij vrolijk, en al mijn bruikbare ongeluk verdween als sneeuw voor de stralende zomerzon toen ik ook mijn fles richting hemel hief. Deze twee dagen, dacht ik, zouden nog wel eens tot de gelukkigste uit mijn leven kunnen gaan behoren. Jammer voor de letters, maar mooi voor mijzelf.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s