Rebellen en dwarsdenkers

Toen ik 14 was, zoop ik me op een woensdagochtend dusdanig draaiend dat ik tijdens een les Engels over de present past perfect fucking simple continuous de hevige aandrang voelde tot antiperistaltiek.      
‘Oh dear,’ zei de docente Engels, een kittig klein vrouwtje met panterprintrok toen ze mijn gebolde wangen zag. Even later plopten haar ogen uit hun kassen toen ik mijn maaginhoud leegde op de verschraalde tapijtvloer. Daarna nog een keer: ‘Oh dear, what happened?’

What kon ik zeggen dat happened? Niks natuurlijk, want uiteraard zat ik niet kotsend in een klaslokaal op mijn veertiende. Alcohol, daar was ik nog lang niet aan toe. Dat kwam pas later, veel later, toen ik leerde dat genieten met de grootste G geschreven wordt als het met mate gebeurt. Kotsen in een klaslokaal – dat durf ik alleen maar op papier, en zelfs dan nog met gepast schaamrood op de kaken. Hoe graag ik het ook zou willen, een middelvinger naar het leven past mij niet.

Ik probeerde het heus. Vaag herinner ik mij een feestje waar ik de grenzen van het betamelijke dusdanig opzocht dat ik geloofde dat voren achteren was en achteren voren en hoe meer tijd voorbijgleed, hoe meer ik daarvan overtuigd raakte. Met de aan zekerheid grenzende overmoed van Don Quichot wilde ik eenmaal thuis de steile trappen richting mijn slaapkamer bestrijden, maar toen na de eerste traptrede al het duel in mijn nadeel werd beslecht, trok ik me terug. In de eenzame beslotenheid van het toilet kotste ik daar het glazuur van de porseleinen pot, vol schaamte over al mijn rebellie en vastberaden mijn leven na een welverdiende portie slaap te beteren. Braaf als ik was en ben, hield ik mij aan die belofte jegens mezelf.

Vluchten naar oorden waar ik het fatsoen in kan ruilen voor dwarsigheid, kan ik alleen in letters. Dat doe ik dan ook geregeld. Op papier steek ik de draak met het leven. In verhalen,  daar daalt Satan uit de hel in mijn leven neer om me te vragen waar ik godsnaam mee bezig ben. Zoveel zondigheid, daartegen is zelfs hij niet opgewassen. Ik kijk de duivel in zijn brandende ogen en lach hem uit, om dan de pen weg te leggen en weer veilig terug te keren naar mijn geliefde Burgerije. In alle rust kan ik mij daar weer opwinden over de almaar sneller stijgende benzineprijzen, het feit dat mijn favoriete noedels uit het assortiment van de supermarkt worden gehaald en over de pakketbezorger, die tien minuten later is gekomen dan online aangegeven. Als hij eindelijk, eindelijk aanbelt, doe ik met een verwijtende blik in mijn ogen de deur open. ‘Oh dear, what happened?’ vraag ik, en schaam mij onmiddellijk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s